Een stam en een boom

Als ik op bezoek ga bij mijn ouders en – zoals onlangs – kort blijf logeren, rijgen de flarden herinneringen aan mijn kindertijd zich regelmatig tot een gekoesterd bolletje sentiment. Ik zie oude(re) buren met door de eerste rimpels getekende gezichten hun hersenen pijnigen over waar ze dat meisje eerder gezien hebben, een gekapte boom waar vroeger mijn boomhut in zat, nieuwe woningen op oorspronkelijk groene open ruimten, mijn tot naaikamer ingericht kinderkamertje of verloren gewaand speelgoed dat terug naar boven komt voor de kleinkinderen. De herinneringen vervullen me met een bepaald soort weemoed, maar vooral met dankbaarheid. Ik ben mijn ouders zo dankbaar voor mijn prachtige kinder- en jeugdtijd. Dankbaar voor het vertrouwen waarmee ze me tot ’s avonds laat in het park lieten ravotten. Dankbaar voor hun keuze voor een jonge wijk waar een heleboel andere leeftijdsgenootjes woonden waarmee ik úren sleet. Het was de tijd waarin kids nog als kinderen werden aangesproken. De tijd waarin we GSMloos een onbeperkte tijd van huis weg waren, zonder dat onze ouders wisten waar we waren. Natuurlijk bestond de televisie al, maar ik had hem niet nodig. Hij maakt geen deel uit van mijn herinneringen. Ik had genoeg ander vertierplezier waarbij al m’n zintuigen geprikkeld werden.


Een greep uit de leukste spelletjes die wij speelden:

  • Winkeltje. Iedereen bemande een zelfgemaakt winkeltje in onze tuin. We hadden hierbij een eigen munt in het leven geroepen. Er was steevast een kruidenier met tientallen potjes en bokaaltjes waarin wilgentakjes, bessen, noten of zaden om een aankoop streden. Deze kruidenier maakte gebruik van een oude weegschaal en papieren broodzakjes om de waar in te transporteren. Er was vaak ook een bibliotheekuitbater, waar strips en andere boekjes gelezen konden worden in een speciaal daarvoor ingerichte verpoosruimte. Er was een café (met eigen gebrouwen drankjes), een massagesalon en meer van dat creatiefs! Ik geloof dat ik ooit ook eens een tentje opzette en mezelf tot de plaatselijke prostituee had gebombardeerd, kwestie van eens van beroep te variëren. Toen zijn de buren komen polsen bij m’n ouders of alles nog steeds oké was met mij.

  • Krijtparcours. Een groepje kinderen vertrok als eerste en bracht krijtpijlen aan op de stoep: er werd een heus parcours uitgestippeld langsheen verschillende straten en ook buiten onze vertrouwde wijk. Er waren niet alleen pijlen, maar ook opdrachten, zoals: ‘Doe een weesgegroetje aan dit Mariabeeldje’, of ‘Tel de huisnummers van de eerstvolgende 3 huizen op’. Het laatste groepje kinderen kon tenslotte de tocht aanvatten en volbracht alle opdrachten op het parcours.

  • Autosnelweg. We bakenden een parcours af waarlangs we met onze fietsjes reden. Er stonden kegels die dienst deden als wegmarkeringen. Er waren zelfgemaakte verkeersborden, bruggen, slagbomen en douaneposten. In de garage kon onze wagen hersteld of volgetankt worden. Wasknijpers op onze remkabels deden dienst als betalingsmiddel.



Er was minder speelgoed, maar wat een fantasie! En uiteraard de luxe van ouders die thuis waren. Een vader in het onderwijs was er op alle momenten dat ik zelf ook thuis was, en mijn moeder was onthaalmoeder. Haar opvangkroost volgde onze leeftijden, waardoor er altijd weer extra vriendjes in huis waren om mee te spelen. Ik heb nooit – maar écht nooit – op school gegeten. Iedere middag haalde mama ons af, gaf ons een warme maaltijd en bracht ons nadien terug naar school. Om van de verjaardagsfeestjes vol zelfgemaakt lekkers, helium ballonnen, bakworkshops, steltenlopen en muziekpakketten nog maar te zwijgen…



“Of nou mijn moeder of mijn buurvrouw

mij troostte na een val,

het maakte me niet zoveel uit.”



Als ik hieraan terugdenk, bekruipt me de vrees dat ik nooit eenzelfde onbezonnen jeugd kan creëren voor mijn eigen kinderen. In dat opzicht zijn de tijden veranderd. Ik weet wel dat iedereen altijd, op alle uren van de dag, een keuze kan maken die hem echt gelukkig maakt. En als ik zo’n leven wil bieden aan mijn kinderen, kan ik daarvoor kiezen. Maar ik heb gestudeerd, een fijne job en wil ook op andere vlakken vanalles uit het leven halen. Het is ook niet meer zo evident om in deze tijden gezellig thuis te zitten wezen. Het maatschappijmodel is ingesteld op tweeverdieners. Financieel wordt het vast een hele uitdaging om te leven van één loon. En het ontbreekt ons ook aan een ‘stam’. Vroeger waren er meer vrouwen thuis dan nu. Mijn moeder had vrede met een thuisjob, deels omdat ze deel uitmaakte van een sociale context in haar onmiddellijke omgeving die haar voldoende afleiding en plezier bood om dit leventje gedachteloos verder te zetten. Familie woonde zo’n beetje allemaal rond diezelfde kerktoren en buren waren nog van een groter belang dan dat vandaag is. Kinderen liepen van het ene tuintje naar het andere. Of nou mijn moeder of mijn buurvrouw mij troostte na een val, het maakte me niet zoveel uit. Kinderen werden groot in gemeenschap. Ik herinner me nog de vele helpende handjes als mijn vader zijn auto waste. Er werd amper geïnvesteerd in speelgoed om kinderen te animeren. Het draaide om de ‘real deal’. Onze ouders leidden hun leven, en wij namen daaraan deel.



Marijn als Bruggeling en ik als Dendermondenaar hebben voor Gent als gulden middenweg gekozen. Er is geen familie in de buurt om te helpen, dus moeten we zelf uitvogelen hoe we Tos ’s morgens naar school krijgen en ’s avonds terug, en Rie naar de onthaalmoeder een heel eind verderop. Niemand zal ons daarbij helpen. Voor- en naschoolse opvang is geen rariteit meer, hoewel iedere ouder het slechts schoorvoetend toegeeft indien men er gebruik van maakt. Wij ouders weten ook ieder ogenblik van de dag waar ons kind uithangt. Van schootzitten in de auto of gordelloze zitbanken is geen sprake meer. Wél van prijzige en ingewikkelde autostoeltjes. Tablets zijn onze beste vrienden als zoethoudertjes voor onze kinderen tijdens huishoudelijke karweitjes of restaurantbezoekjes. Bevallen en borstvoeding geven kennen we slechts via kraamverhalen, niet van een tante, nichtje, zus of vriendin waarbij we zelf de hand platknepen tijdens het gebeuren. Een halfuurtje joggen of even naar de winkel om dat vergeten blik tomatenpuree is er niet meer bij overdag, want ik heb geen oppas om mijn kinderen bij achter te laten. Tos kan geen voorbeeld nemen aan hoe een ander kindje doucht, zodat hij zelf ook leert om geen schrik te hebben van het wassende water. Het voelt zeer onnatuurlijk om zo geïsoleerd te leven van anderen, zoals je familie, of buurkinderen waarmee gespeeld, geslapen, gegeten of gedoucht kan worden.


“Het lijkt me zo megarelaxed om niet de hele dag de enige volwassene in het leven van mijn kinderen te zijn.”



Anita Borst, columniste in Nederland schreef het als volgt:


Vaak genoeg wens ik dat we ons huis van de hand konden doen om met een groep familie en gelijkgestemde vrienden een commune te stichten in de polder. Niet omdat ik nou zo’n gigantische hippie ben (al haak ik mijn eigen poncho’s en heb ik vier verschillende soorten biologisch tomatenzaad op voorraad). Maar het lijkt me zo megarelaxed om niet de hele dag de enige volwassene in het leven van mijn kinderen te zijn. Het lijkt me zo heerlijk om mijn zoon niet te hoeven storen in zijn spel als ik even boodschappen moet doen. Het lijkt me te gek als mijn meisje straks van een vriend leert timmeren en lassen, terwijl ik met een paar andere kinderen pompoensoep maak. En dat mijn zoon de hele dag met zijn nichtje tussen de coniferen kan ravotten, totdat het bad is volgelopen. It takes a village, nietwaar? Ik ben van nature geen dorpsmens, maar mijn kinderen zouden de tijd van hun leven hebben. En daarmee ik als ouder ook.



En dat is de reden waarom Marijn en ik gisteren aan de tekentafel gingen zitten. Op dinsdagavond hebben wij onze wekelijkse date, en het was mijn beurt om de invulling hiervan te bepalen. Dus liet ik papier en stiften aanrukken. De opdracht luidde: ‘Teken je droomhuis’. Onze ontwerpen schenen nog niet zo gek ver uit elkaar te liggen. Beiden dromen we van cohousing, met een beperkt aantal andere gezinnen in een groene idyllische omgeving. Er staat ook een grote schuur op beide ontwerpen, die kan dienstdoen als atelier, feestzaal, workshopplek, ontspanningsruimte etc. Er is een boomgaard, neerhof en (enkel bij mij) een zwemvijver.

Mooi, nu we dat weten, kunnen we onze zoektocht aanvangen.



#natuurlijkouderschap #stam #samenwonen #cohousing #samenhuizen #gemeenschap

Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

© 2017 by Lynn Geerinck

  • Facebook Grunge