Een toetje als je bord leeg is


‘Als je jouw bordje leeg eet, mag je straks naar een filmpje kijken’


Een zinnetje dat vast in menig huiskamer valt. We hebben toch allemaal zo graag dat ons kind goed eet. Een leeg bord: dat hoort er helemaal bij! Sta maar eens uren in de keuken om gezonde voeding te bereiden voor jouw uk, waarna hij het goedje doodleuk negeert. Om over de voedselverspilling nog maar te zwijgen… Maar je kan jezelf wel de vraag stellen wiens behoeft hier wordt gediend. Door jouw wens in te willigen, gaat een kind over zijn grens: hij had geen zin meer in die extra happen.


Als je ouders vraagt naar wat ze hun koters toewensen in de toekomst, gaat het vooral om zaken zoals geluk, dat ze doen wat ze graag doen, veel zelfvertrouwen hebben, zich geliefd voelen enz.


Toch zijn we de eerste jaren van hun leven bezig met onze kinderen te laten doen wat wíj willen. Hulpmiddelen die we hierbij inzetten, zijn straf en beloning. Er zal tig straffen en beloningssystemen uitgewerkt om onze kinderen ‘in het gareel’ te houden. Maar onze kinderen zijn van nature sociale wezens, en geen asociale wezens die gesocialiseerd moeten worden (dixit Jean Liedloff, auteur van ‘Op zoek naar het verloren geluk’). Bovendien moeten we niet alleen kijken naar het gedrag van kinderen, maar ook naar de behoefte die achter het gedrag schuilt (dixit Alfie Kohn). Waaróm doet een kind wat het doet?

Ouders krijgen in onze Westerse samenleving veel tips om hun kinderen om te kopen, te bedreigen of te manipuleren. Dure woorden, maar het gebeurt wel degelijk!


Omkopen --> “Als je nu flink je tandjes poetst, mag je morgen mee naar oma


Ja, het kan zo heerlijk makkelijk zijn. Je verkrijgt in recordtempo je doel (je kind doet wat je wil), je hebt geen strijd moeten leveren en de omkoping is een eitje. Je was immers sowieso al van plan om naar oma te gaan. Maar de impliciete boodschap aan je kind is feitelijk: ‘Ik houd geen rekening met je gevoelens dat je vanavond echt geen zin had om je tanden te poetsen. Ik gebruik jouw liefde voor oma als instrument om jou te laten doen wat ik wil.

De vraag is vooral: Waarom wil je kind zijn tanden niet poetsen? Omdat hij wil dwarsliggen? Of omdat hij moe is na een drukke dag en meteen zijn bedje in wil?


Het vraagt een beetje meer energie om even te zoeken naar de onderliggende behoefte, en dan op een gepaste manier hiermee om te gaan. Het is niet nodig een kind te dresseren als een hondje, zodat het de hele tijd tegemoet komt aan jouw wensen. Van een keertje tandenpoetsen overslaan, is nog niemand gestorven. Consequent zijn, is overroepen.


Bedreigen --> “Als je niet snel uit die boom komt, dan sleur ik jou er uit”. Of: “Als je jouw bordje niet leeg eet, vertel ik het vanavond aan papa en dan zwaait er wat!”


De impliciete boodschap is hier dat angst aangepraat wordt aan jouw kind, en dat terwijl je helemaal niet wil dat hij als een angstig persoon in het leven zal staan. Je leert jouw kind dat een volwassene het laatste woord heeft, en dat er geen ruimte is voor zijn argumenten. In het 2e voorbeeld wordt die schrikfactor zelfs bij iemand anders gelegd. Dat is helemaal niet netjes!

Waarom wil jouw kind niet uit de boom? Omdat het heerlijk spelen is in de tuin. Kon dit festijn maar uren blijven duren! Jouw kind kent jouw agenda niet. En tijdvergeten bezig zijn, is iets prachtigs dat wij, volwassenen, verleerd zijn.


Manipuleren --> “Als je jouw groentjes flink opeet, krijg je straks een dessertje.”

Jouw kind leert dat groenten iets vies zijn die hij even moet doorbijten, en dat een dessertje een echt cadeautje is. Waarom zou hij de volgende keer zijn groenten wél met smaak opeten?



“Een kind leert méér van wat jij doet,

dan van wat jij zegt”


Straffen is je kind conditioneren om te gaan doen wat jij wil.


Als je echt wil dat een kind iets doet, lééf het dan voor. Een kind leert méér van wat jij doet, dan van wat jij zegt. Kinderen zijn onze spiegels. Ze groeien op met het genenpakketje dat we hen gegeven hebben bij de geboorte, vanuit onze huizen, onze gewoontes, onze opvoedingsstijlen. Onze kinderen zijn zoals wij. Als wij empathisch, dankbaar en liefdevol in het leven staan, zullen zij dat oppikken en zelf doen. Ze krijgen het immers voorgeleefd. Het heeft geen zin om een kind te zeggen dat hij zijn speelgoed moet delen, als je zelf neerbuigend mompelt dat ‘de buurman daar nou weer is om je ladder te gebruiken…’.


Hoekjeswerk


Waarom zetten we een kind in de hoek? Om af te koelen? Om na te denken? Dat lukt een kind meestal nog niet zelfstandig. Een kind kan uit de voorgevallen situatie niet de pro’s en contra’s filteren om nadien fijntjes te concluderen dat zijn gedrag inderdaad niet netjes was, en dat hij het de volgende keer anders zal aanpakken. Op zo’n moment heeft ons kind veeleer nood aan een goede uitleg waarom zijn gedrag niet geoorloofd was, en ons empathisch vermogen om uit te vogelen welke behoefte schuil gaat achter het gestelde gedrag.

“Love me when I least deserve it,

because that’s when I need it the most”



Belonen is toch iets positief, hoor ik jullie vragen. Dat klopt in zekere zin, maar het legt de motivatie wel exterieur. Een kind leert niet te plassen op het potje omdat hij dit zelf wil, en omdat dit hem het gevoel geeft de juiste stappen te zetten richting groot worden. Nee, hij plast op het potje omdat hij nadien een sticker mag kleven op de muur. Wat niet wegneemt trouwens, dat ik het wel degelijk zo heb aangepakt…! Zoals ik al zei: Consequent zijn, is overroepen.


Minder uitgesproken, maar daarom niet minder vaak voorkomend, is de woordelijke aanmoediging ‘Goed zo!’. Je kind krijgt een woordelijke aanmoediging, en zal daarom misschien over zijn grens gaan. Zo wil je bijvoorbeeld dat jouw kinderen beleefd zijn, en familieleden bij het binnenkomen een kus geven. Maar is het wel zo aangenaam om een vaag gekende tante met een vreemde geur een ozo persoonlijke kus op de wang te geven? Als een kind hierin geforceerd wordt en zelfs woordelijk beloond wordt, leert het over zijn eigen grens te gaan om de appreciatie van de ouders te bekomen. En we willen nou eenmaal niet dat onze 16-jarige later over zijn grens gaat met drugs, alcohol of tabak om de appreciatie van zijn vrienden te bekomen, toch?



O jee, autoleed


Stel: jouw kind speelt met een autootje. Een ander kind komt voorbij, raakt ook geïnteresseerd in dat autootje en pakt het af.


Als je de context niet kent, doordat je het niet gezien hebt, kan je maar beter geen oplossing aanreiken. Heb je het wel gezien? Dan kan je beter ook aan de zijlijn blijven. De auto aan de tegenpartij schenken (omdat je geen gezichtsverlies wil leiden t.o.v. de ouders van het andere kind bijvoorbeeld), is geen goed idee. Daarmee geef je jouw eigen kind namelijk het gevoel dat het feit dat hij met dat autootje aan het spelen was van geen tel is. De les die jouw kind leert, is dus: ‘Als het autootje onrechtvaardig van mij wordt afgenomen, komt dat andere kindje daar zomaar mee weg!’ De auto aan jouw kind geven, is ook niet ideaal. De les die jouw kind leert, is dan namelijk: ‘Ik krijg gelijk van mama of papa. De volgende keer roep ik hen er weer bij als zoiets me opnieuw overkomt’.


Beter is om de kinderen te bevragen naar wat er gebeurd is. Als ze zich nog niet goed kunnen uitdrukken, of beiden met een ander verhaal op de proppen komen, onthoud je je verder van enige inmenging. Je kan wel polsen naar wat ze als een mogelijke oplossing zien. Je zal zien dat één van hen vaak teruggrijpt naar een ander speelgoedje, omdat ze het de discussie niet waard vinden. Een kind is immers nog niet op discussiëren ingesteld. Spelen is wat telt! Spelen en nog eens spelen, en daar valt geen seconde bij te verliezen! Als de kinderen zich toch in de discussie vastbijten, blijf je je van enig commentaar onthouden. Je probeert enkel emoties te benoemen, bijvoorbeeld: “Ik zie dat jij je erg verdrietig voelt”. Of: “Jij was net lekker aan het spelen. Het is niet leuk dat dit nu gestopt is”. Vaak haalt het benoemen van de emotie de angel eruit, waardoor kinderen zich herpakken en zelf met een oplossing op de proppen komen, of hun interesse in de discussie verliezen en wat anders gaan doen.


Als ik een hongerige hap wil nemen uit een vers broodje, vind ik het ook niet leuk als een ander persoon dit plots uit mijn handen trekt. Jammer genoeg is niets zo interessant als het speelgoed van een ander. Dus de bovengeschetste situatie is schering en inslag op plekjes waar kinderen samen komen. Voorzie voldoende speelgoed en materiaal, zodat de verleidingen om met andermans hebbedingen aan de haal te gaan, niet te groot worden. Toch last van het nodige trek- en sleurwerk? Persoonlijk houd ik niet van het principe ‘samen spelen, samen delen’. Een kind dat geconcentreerd en tijdvergeten met iets speelt, hoeft dit – wat mij betreft – niet met een ander te delen. Als die ander toch niet verleid kan worden tot een ander speeltje, gebruik ik vaak het wekkertje. Als het wekkertje rinkelt, wordt het speeltje doorgegeven. Ik ben me er wel degelijk van bewust dat het spel dan vaak niet meer om het speeltje draait, maar om het wachten op het belsignaal. Ach, een nieuw spel is dan geboren.



Succes !

#straffen #belonen #alfiekohn #alethasolter #onvoorwaardelijkopvoeden #verbindendouderschap #natuurlijkouderschap

Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Er zijn nog geen tags.
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

© 2017 by Lynn Geerinck

  • Facebook Grunge